Wanneer een weg een gewoonte wordt
Psalm 1:1–2 · 3 min lezen
Overdenking
Psalm 1 begint met een opmerkelijke beschrijving van een gelukkig mens.
Niet door eerst te vertellen wat deze mens allemaal bereikt heeft, maar door te beschrijven welke wegen hij niet gaat.
Hij wandelt niet volgens de raad van goddelozen, staat niet op de weg van zondaars en zit niet op de plaats van spotters.
Drie werkwoorden: wandelen, staan en zitten.
Er zit beweging in deze woorden. Eerst iemand die onderweg is, vervolgens iemand die stilstaat en ten slotte iemand die ergens zit.
Je zou daarin een steeds sterkere verbondenheid met een bepaalde levenswijze kunnen herkennen. Maar de psalm zegt niet uitdrukkelijk dat dit drie opeenvolgende stappen zijn waarin een mens steeds verder afdwaalt. Het is ook een dichterlijke manier om een volledige levenshouding te beschrijven.
Wat vooral opvalt, is waar die beschrijving begint.
Bij de raad waarnaar iemand luistert.
Voordat er sprake is van een weg waarop iemand staat of een plaats waar iemand zit, noemt de dichter de raad van goddelozen.
Raad is meer dan een opdracht. Het zijn de inzichten en overtuigingen waarmee iemand richting probeert te geven aan zijn leven. Het is wat anderen ons vertellen over wat verstandig is, wat belangrijk is en wat uiteindelijk de moeite waard is.
Veel van die raad klinkt heel redelijk.
We worden voortdurend beïnvloed door de gedachten van anderen. In gesprekken, in wat we lezen en in wat we vanzelfsprekend zijn gaan vinden. Vaak merken we nauwelijks hoeveel invloed die stemmen op ons hebben.
Niet iedere stem die we horen, bepaalt meteen onze levensrichting. Maar wat we voortdurend als wijsheid aanvaarden, kan gaandeweg wel gaan bepalen wat we normaal vinden.
Daartegenover beschrijft Psalm 1 een mens die vreugde vindt in de onderwijzing van JHWH.
In het Hebreeuws staat dat hij die onderwijzing dag en nacht mompelt. De woorden van God worden herhaald, overwogen en als het ware steeds opnieuw in de mond genomen.
Het is een prachtig contrast.
Aan de ene kant is er de raad van mensen die zonder God hun weg bepalen. Aan de andere kant is er de onderwijzing van JHWH, die iemand voortdurend voor ogen houdt.
De psalm vraagt daarmee niet om alle omgang met andersdenkenden te vermijden. Het gaat om de vraag welke raad we uiteindelijk laten bepalen hoe we leven.
Dat maakt Psalm 1 opvallend actueel.
We denken vaak dat onze keuzes vooral ontstaan op het moment dat we ze maken. Maar veel keuzes worden voorbereid door wat we in de loop van de tijd zijn gaan geloven.
Misschien begint een levensweg daarom veel eerder dan bij de eerste zichtbare stap.
Bij de woorden die we vertrouwen. Bij de stemmen die we telkens opnieuw toelaten. Bij de gedachten waarin we ons thuis beginnen te voelen.
Psalm 1 stelt ons zo een vraag die verder gaat dan ons gedrag:
Welke woorden geven richting aan de weg waarop wij lopen?
Verder lezen vanuit de Schrift
Dit Bijbelgedeelte in andere overdenkingen
Psalm 2:1 · 3 min lezen
Wat mompelen de volken?
via Psalm 1:2
Dezelfde Hebreeuwse werkwoordstam klinkt in Psalm 1 en Psalm 2. Maar welke woorden blijven wijzelf herhalen?
Psalm 2:10–12 · 3 min lezen
Juichen met beven
via Psalm 1:1
Waarom brengt Psalm 2 vreugde en ontzag samen, juist wanneer machthebbers worden aangesproken?