Wat mompelen de volken?
Psalm 2:1 · 3 min lezen
Overdenking
Het eerste lied van het boek Psalmen beschrijft een mens die dag en nacht de onderwijzing van JHWH mompelt. Het woord dat de Hebreeuwse tekst daarvoor gebruikt, is hagah. Het kan gaan om nadenken, maar ook om iets wat iemand zachtjes uitspreekt en voortdurend herhaalt.
En dan begint Psalm 2.
De volken komen in beroering. Ze vormen plannen en zoeken naar een manier om het gezag van JHWH en zijn gezalfde van zich af te werpen.
Opmerkelijk genoeg gebruikt de dichter hier opnieuw een vorm van hetzelfde Hebreeuwse werkwoord: hagah. Ook de volken 'mompelen'. Alleen gaat het nu over iets leegs, iets zonder blijvend resultaat.
Het verschil zit dus niet eenvoudigweg tussen mensen die nadenken en mensen die dat niet doen.
Beide zijn ergens mee bezig. Beide geven woorden ruimte in hun gedachten. Beide herhalen een gedachte die richting geeft aan hun handelen.
Maar de inhoud verschilt.
In Psalm 1 wordt het leven van de rechtvaardige gevoed door Gods onderwijzing. In Psalm 2 wordt de beraadslaging van de volken verbonden met hun verzet tegen God.
Het is verleidelijk om hierin meteen een regel te zien over alle menselijke plannen. Maar Psalm 2 zegt niet dat overleg, kritiek of het verlangen naar vrijheid op zichzelf verkeerd is. De psalm spreekt over een specifieke vorm van verzet: machthebbers die de heerschappij van JHWH en zijn gezalfde willen afwerpen.
Toch is de tegenstelling tussen de twee psalmen treffend.
Want ook ons leven wordt gevormd door woorden die steeds terugkomen. Sommige gedachten worden zo vertrouwd dat we ze nauwelijks nog opmerken. Ze bepalen wat we verlangen, waar we ons tegen verzetten en wat we vanzelfsprekend vinden.
Dat gebeurt niet alleen door de woorden die anderen tot ons spreken, maar ook door wat we onszelf blijven vertellen.
Over wat succes is. Over wat vrijheid betekent. Over wat we nodig hebben om gelukkig te zijn. Over wie uiteindelijk het gezag over ons leven mag hebben.
Psalm 2 laat zien dat mensen heel overtuigd kunnen zijn van hun plannen, terwijl de dichter die plannen toch leegte noemt. Niet omdat de plannen geen gevolgen zouden hebben, maar omdat ze tegenover Gods koningschap geen blijvende grond hebben.
Psalm 1 en Psalm 2 laten daarmee twee verschillende richtingen zien waarin ons denken zich kan bewegen.
De ene mens mompelt Gods onderwijzing. De volken mompelen wat volgens de dichter op niets uitloopt.
Dat maakt de vraag persoonlijker dan ze op het eerste gezicht lijkt.
Niet alleen: welke woorden hoor ik?
Maar ook: welke woorden blijf ik mezelf herhalen, totdat ze richting geven aan mijn leven?
Verder lezen vanuit de Schrift
Andere Bijbelse verbanden
Psalm 1:1–2 · 3 min lezen
Wanneer een weg een gewoonte wordt
via Psalm 1:1–2
Over de woorden en raadgevingen die onze levensrichting gaan bepalen.